ECLI:NL:RVS:2019:2179
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- D.A.C. Slump
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergunning mosselzaadvissen met mosselzaadinvanginstallatie in Waddenzee
De zaak betreft het hoger beroep van Marinecultuur Oosterschelde B.V., [appellante A], [appellante B] en MZI Wieringen B.V. i.o. tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over een vergunning voor mosselzaadvissen met een mosselzaadinvanginstallatie (MZI) in de Waddenzee voor 2014.
De appellanten voerden aan dat zij als pioniers van het eerste uur een uitzonderingspositie toekomt en dat de toegekende oppervlakte van 0,1 hectare te gering is voor rendabele exploitatie. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellanten niet als pioniers kunnen worden aangemerkt omdat zij pas na 2004 met experimenten zijn gestart en onvoldoende investeringen hebben gedaan in de jaren 2000-2005. Ook is het oppervlak van 0,1 hectare terecht vastgesteld op basis van de feitelijke exploitatie in 2008-2009.
Verder werd geoordeeld dat het niet horen van appellanten in de bezwaarfase niet tot nadeel heeft geleid, maar dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding had toegekend. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt dat deel van de uitspraak en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, proceskostenvergoeding aan appellanten toegewezen, overige uitspraak bevestigd.