ECLI:NL:RVS:2019:2120
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- C.J. Borman
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling op verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 januari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 oktober 2018 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De vreemdeling stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in, maar gaf geen inhoudelijke gronden aan waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond was en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzende besluit van 12 januari 2018 werd alsnog ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzende besluit is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.