ECLI:NL:RVS:2019:211
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling heeft bij besluit van 27 maart 2018 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag om uitzetting te voorkomen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank, is hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van 5 december 2018.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die zijn uitzetting zou schorsen totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gegrond was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 24 januari 2019 door voorzieningenrechter H. Troostwijk.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.