ECLI:NL:RVS:2019:2049
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf
Bij besluit van 20 februari 2017 wees de staatssecretaris een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 11 december 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling en referent tegen deze besluiten gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Vervolgens verleende de staatssecretaris bij besluit van 16 augustus 2018 alsnog de gevraagde mvv, waarmee hij geheel tegemoetkwam aan de vreemdeling en referent.
De Raad van State veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en referent, en legde een griffierecht op aan de staatssecretaris. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van C.C.W. Lange op 27 juni 2019.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.