ECLI:NL:RVS:2019:1918
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en feitelijke toegankelijkheid HIV-medicatie in Zimbabwe
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 februari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en weigerde tevens de toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 om uitzetting achterwege te laten. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarna de rechtbank Den Haag op 19 december 2018 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de benodigde HIV-medicatie in Zimbabwe feitelijk toegankelijk is voor de vreemdeling, waarbij de vreemdeling stelde dat zij deze medicatie om financiële redenen niet kan verkrijgen, wat een medische noodsituatie zou opleveren in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de medicatie niet kan betalen, omdat zij geen inzicht had gegeven in haar persoonlijke financiële situatie. Het enkele verschil tussen het gemiddelde inkomen in Zimbabwe en de kosten van de medicatie volstond niet. Hierdoor werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.