ECLI:NL:RVS:2019:1841
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.E.M. Polak
- A.J.C. van Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand wegens zwaarwegende omstandigheden
Bij besluit van 7 maart 2017 trok de raad voor rechtsbijstand met terugwerkende kracht een eerder verleende toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand in. Dit betrof een zaak over echtscheiding en de verdeling van de huwelijksgemeenschap. De raad stelde dat het financiële resultaat van de zaak het normbedrag overschreed, waardoor intrekking gerechtvaardigd was. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de intrekking onterecht was, onder meer omdat het toetsingsmoment onjuist was gekozen en de berekening van het resultaat onjuist was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de zaak pas definitief was afgesloten met de afspraken in februari 2014 en dat de verleende rechtsbijstand ook daarop betrekking had. De Afdeling volgde de raad in de berekening van het resultaat, maar constateerde een motiveringsgebrek omtrent de niet-verrekening van een onderhandse lening.
Cruciaal was dat de raad pas drie jaar na de definitieve afhandeling van de zaak de intrekking aankondigde zonder goede verklaring voor dit tijdsverloop. Dit leidde tot de conclusie dat er sprake was van zwaarwegende omstandigheden die intrekking in de weg stonden. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en herroept het intrekkingsbesluit, waarbij de raad tevens werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de toevoeging wordt herroepen wegens zwaarwegende omstandigheden en onverklaard tijdsverloop.