ECLI:NL:RVS:2019:1696
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel Koerdische vreemdeling uit Iran
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 april 2017 de aanvraag van een Koerdische vreemdeling uit Iran om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde dat hij vanwege zijn activiteiten voor de Koerdische Komalapartij in Irak gevaar liep bij terugkeer naar Iran. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling aannemelijk zou hebben gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de Iraanse autoriteiten stond. De staatssecretaris had terecht betoogd dat de contacten van de vreemdeling met de Iraanse overheid en een foto op een website van de Komalapartij geen bewijs vormen voor specifieke negatieve aandacht.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen reden voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak bevestigt dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer in Iran gevaar loopt.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.