ECLI:NL:RVS:2019:1687
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- H.G. Seventer
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring: vernietiging maatregel en toekenning schadevergoeding
Bij besluit van 22 februari 2019 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State constateerde dat er diverse procedurele gebreken waren tijdens de staandehouding, overbrenging en ophouding, waaronder het ontbreken van een compleet dossier, het niet aantonen dat de vreemdeling was gewezen op haar rechten, het gebruik van een niet-beëdigde tolk zonder schriftelijke motivering, en een onbevoegd genomen besluit tot verlenging van de ophouding. Deze opeenstapeling van fouten leidde tot de conclusie dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van de uitspraak werd opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een schadevergoeding van €7.360 toegekend over de periode van 20 februari tot en met 22 mei 2019. De minister van Justitie en Veiligheid werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.792.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is onrechtmatig verklaard, opgeheven en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.