ECLI:NL:RVS:2019:1413
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- E. Helder
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit ligplaats woonboot zonder vergunning
Het college heeft aan appellant een last onder dwangsom opgelegd wegens het innemen van een ligplaats met een woonboot zonder vergunning, zoals voorgeschreven in de Verordening op het binnenwater 2010 (Vob). Appellant heeft hiertegen bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, stellende dat hij een legale ligplaats inneemt op grond van gedoogrondes en eerdere vergunningen.
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, stellende dat appellant geen geldige ligplaatsvergunning bezit en dat ligplaatsvergunningen persoons-, ligplaats- en vaartuiggebonden zijn en niet overdraagbaar. Appellant voerde verder aan dat het gelijkheidsbeginsel en bijzondere omstandigheden, zoals monumentale status van de woonboot, in zijn voordeel spreken, maar deze bezwaren werden verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellant de Vob heeft overtreden door zonder vergunning een ligplaats in te nemen. Het beroep tegen de invorderingsbesluiten wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor de invorderingsbesluiten en voor het overige ongegrond verklaard; het handhavingsbesluit wordt bevestigd.