ECLI:NL:RVS:2019:138
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris op 29 november 2017 werd afgewezen. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende het hoger beroep te ontvangen, gegrond was. Daarbij werd verwezen naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt voor de behandeling van het verzoek.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat de staatssecretaris de proceskosten van €512,00 moet vergoeden. De uitspraak werd op 21 januari 2019 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.