ECLI:NL:RVS:2019:137
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 15 november 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 december 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 18 januari 2019 het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
De beslissing is gebaseerd op eerdere jurisprudentie, waaronder een uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350), en houdt rekening met de belangen van de vreemdeling gedurende de procedure.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.