ECLI:NL:RVS:2019:1367
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.A. Hagen
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging bestemmingsplan voor zorgwoningen aan Zuid-Spierdijkerweg
Appellant en anderen, eigenaren van een perceel aan de Zuid-Spierdijkerweg, verzochten de raad om wijziging van het bestemmingsplan om zorgwoningen te kunnen bouwen. De raad wees dit verzoek in juni 2016 af wegens planologische onwenselijkheid en verklaarde het bezwaar hiertegen in november 2016 ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde dit besluit in november 2017 vanwege het ontbreken van een hoorzitting.
Na alsnog horen van appellant en anderen en het verstrijken van de termijn voor een nieuw besluit, werd op 16 april 2018 het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit en tegen het besluit zelf. De Afdeling oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen niet-ontvankelijk was omdat de raad alsnog een besluit had genomen.
De Afdeling toetste de belangenafweging van de raad en concludeerde dat de raad zich redelijk had opgesteld door het open karakter van het gebied en het gemeentelijk beleid te laten prevaleren boven het verzoek. De afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie was voldoende gemotiveerd. Het beroep tegen het besluit van 16 april 2018 werd ongegrond verklaard.
Tot slot veroordeelde de Afdeling de raad tot vergoeding van proceskosten aan appellant en anderen, waarbij het forfaitaire stelsel met een lichte wegingsfactor werd toegepast.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het bestemmingsplanwijzigingsverzoek is ongegrond verklaard en de raad is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.