ECLI:NL:RVS:2017:3131
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gemeente Koggenland wegens onjuist afzien van hoorplicht bij bezwaar woon-/zorgcomplex
De gemeente Koggenland wees op 20 juni 2016 het verzoek tot wijziging van de bestemming van een perceel aan de Zuid-Spierdijkerweg te De Goorn af, waarmee een woon-/zorgcomplex gerealiseerd zou worden. Tegen dit besluit maakten appellanten bezwaar. De voorzitter van de adviescommissie besloot dat belanghebbenden niet werden gehoord omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De raad verklaarde het bezwaar vervolgens ongegrond zonder inhoudelijke motivering op de ruimtelijke onderbouwing.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief van de voorzitter geen besluit was en niet vatbaar voor beroep. Wel stelde de Afdeling vast dat het besluit van de raad het bezwaar ten onrechte als kennelijk ongegrond beoordeelde, terwijl het bezwaarschrift niet direct duidelijk maakte dat het ongegrond was. De raad had belanghebbenden moeten horen volgens artikel 7:3 Awb Pro.
Daarom werd het besluit van 28 november 2016 vernietigd en werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige motivering en het respecteren van de hoorplicht bij bezwaarprocedures.
Uitkomst: Het besluit van de raad van Koggenland om het bezwaar kennelijk ongegrond te verklaren zonder belanghebbenden te horen wordt vernietigd.