ECLI:NL:RVS:2019:136
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris heeft op 12 november 2018 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 december 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. De staatssecretaris is daarnaast veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €512,00.
De uitspraak is gedaan op 18 januari 2019 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de belangen van de vreemdeling in het kader van het hoger beroep zijn gewaarborgd door het treffen van deze voorlopige voorziening.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.