ECLI:NL:RVS:2019:1267
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 10 april 2017 de verblijfsvergunning van de vreemdeling met terugwerkende kracht ingetrokken en een inreisverbod opgelegd vanwege het achterhouden van gegevens over het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van de echtgenote. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de staatssecretaris het evenredigheidsbeginsel niet had toegepast en de vreemdeling niet in bezwaar had gehoord.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het intrekkingsbesluit rechtsherstel betrof en dat de individuele omstandigheden voldoende waren meegewogen. Ook wees hij erop dat het horen in bezwaar terecht was achterwege gebleven omdat de bezwaren geen ander besluit konden rechtvaardigen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de grieven van de staatssecretaris terecht waren en vernietigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling beoordeelde vervolgens het besluit van 15 augustus 2017 en verwierp het beroep van de vreemdeling dat het intrekken van de vergunning en het opleggen van het inreisverbod in strijd was met artikel 8 EVRM Pro. De medische klachten van de echtgenote werden onvoldoende onderbouwd geacht om het besluit te wijzigen. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd eveneens ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt gehandhaafd.