ECLI:NL:RVS:2019:1203
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoeken huurtoeslag 2012-2014 na wijziging verzamelinkomen
De appellant heeft in de jaren 2012 tot en met 2014 voorschotten huurtoeslag ontvangen, die de Belastingdienst/Toeslagen later op grond van gewijzigde verzamelinkomens heeft herzien en verlaagd. De verzoeken tot herziening van deze besluiten zijn door de dienst afgewezen en de bezwaren ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant niet-ontvankelijk dan wel ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat artikel 20 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) niet van toepassing zou zijn omdat de wijziging van het verzamelinkomen zou berusten op een herbeoordeling van bekende gegevens en dat de huurtoeslag over 2012 en 2014 definitief was vastgesteld, zodat artikel 21 Awir Pro van toepassing zou zijn. Ook stelde appellant dat de Belastingdienst de huurtoeslag over 2013 niet tijdig had vastgesteld, waardoor het recht daarop zou zijn vervallen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Belastingdienst gehouden is de door de inspecteur vastgestelde gewijzigde verzamelinkomens te volgen en dat artikel 20 Awir Pro correct is toegepast. Het beroep op artikel 21 Awir Pro faalt omdat dit artikel ziet op andere herzieningsgronden. Tevens is geoordeeld dat de vaststelling van de huurtoeslag over 2013 binnen de wettelijke termijn van vijf jaar heeft plaatsgevonden, zodat het recht niet is vervallen.
De Afdeling bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.