ECLI:NL:RVS:2019:1181
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 17 februari 2019 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit op 21 maart 2019 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 15 april 2019 bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen met inachtneming van eerdere jurisprudentie en de belangen van de vreemdeling, waarbij het risico op onherstelbare schade door uitzetting tijdens de procedure werd meegewogen. De uitspraak bevestigt het belang van bescherming tijdens het hoger beroep in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.