ECLI:NL:RVS:2019:1111
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- G. Snijders
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na ongeldigverklaring rijbewijsbesluit
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de rechtbank van zijn verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het CBR had het rijbewijs van appellant ongeldig verklaard en hem verplicht deel te nemen aan een alcoholslotprogramma vanwege een derde overtreding van rijden onder invloed binnen vijf jaar.
De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat het causaal verband tussen de gestelde schade en het onrechtmatige besluit ontbrak. De rechtbank oordeelde dat het CBR het rijbewijs ook rechtmatig had kunnen schorsen, waardoor appellant dezelfde financiële gevolgen zou hebben gehad. Tevens was appellant onvoldoende in staat om aan te tonen dat hij de schade had geleden, mede omdat het bestaan van een arbeidsovereenkomst met zijn werkgever niet aannemelijk was gemaakt.
In hoger beroep bevestigt de Afdeling deze afwijzing. Hoewel het onrechtmatige karakter van het besluit vaststaat, heeft appellant onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk schade heeft geleden. De door appellant overgelegde stukken, waaronder een niet-ondertekend arbeidscontract en een brief van de werkgever, bieden onvoldoende bewijs voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst en het verband met het ontslag.
De Afdeling ziet daarom geen reden om de uitspraak van de rechtbank te wijzigen en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.