ECLI:NL:RVS:2018:999
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep verblijfsvergunning asiel wegens termijnoverschrijding
De staatssecretaris heeft bij besluit van 18 mei 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat de gronden van het beroep niet tijdig in het digitale dossier waren geplaatst.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de opvolgende gemachtigde de taak om de gronden in te dienen niet aantrof in het digitale dossier, terwijl deze taak wel aan de vorige gemachtigde was toegewezen. Dit maakte de termijnoverschrijding verschoonbaar.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens stelde de Afdeling de proceskosten in hoger beroep vast op € 501,00 en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.