ECLI:NL:RVS:2018:986
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 2 januari 2018 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond op 6 maart 2018. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen. De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 13 maart 2018 en is gebaseerd op eerdere jurisprudentie, waaronder een uitspraak van 20 december 2016. De voorzieningenrechter weegt de belangen van de vreemdeling en de staatssecretaris af en acht het noodzakelijk de vreemdeling tijdelijk bescherming te bieden tijdens de beroepsprocedure.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.