ECLI:NL:RVS:2018:952
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen vergunningverlening beroepsvissers Europoortgebied
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep ongegrond verklaarde tegen de vergunningverlening aan beroepsvissers voor het vissen met staand want in het Europoortgebied en de Maasmonding.
Appellant exploiteert een hengelsportzaak nabij het Rotterdamse zeehavengebied en stelt dat de vergunningverlening aan beroepsvissers het sportvissen op zeebaars belemmert, wat leidt tot omzetverlies. Zij betoogt dat zij daardoor een eigen, rechtstreeks belang heeft bij het besluit.
De rechtbank oordeelde echter dat het financiële belang van appellant te ver verwijderd is van het besluit en slechts een afgeleid belang betreft. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af, omdat het belang van appellant niet direct bij het besluit betrokken is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens gebrek aan rechtstreeks belang van appellant.