ECLI:NL:RVS:2018:944
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslagen na omzetting Bbz-lening in schenking
In deze zaak heeft appellante bezwaar gemaakt tegen de definitieve vaststelling van haar zorg- en huurtoeslag over 2015 door de Belastingdienst/Toeslagen. De toeslagen werden vastgesteld op basis van het verzamelinkomen, waarin een renteloze lening uit 2014, omgezet in een schenking in 2015, was opgenomen. Appellante betoogde dat deze schenking niet aan het toetsingsinkomen mocht worden toegerekend omdat het een papieren inkomen betreft zonder daadwerkelijke draagkrachtverhoging.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Afdeling overweegt dat de Belastingdienst/Toeslagen gehouden is het verzamelinkomen zoals vastgesteld door de inspecteur in de aanslag inkomstenbelasting te gebruiken bij de vaststelling van toeslagen. Eventuele fouten in de aanslag dienen via bezwaar en beroep tegen die aanslag te worden aangevochten.
Verder wijst de Afdeling erop dat recente wetswijzigingen per 2017 dit probleem deels hebben opgelost, maar dat deze wijzigingen geen terugwerkende kracht hebben en niet van toepassing zijn op het jaar 2015. Politieke besluitvorming over compensatie van ondernemers met fiscale nadelen door het papieren inkomen is nog onzeker. De Afdeling ziet daarom geen reden om de zaak aan te houden en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.