ECLI:NL:RVS:2018:943
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake verzoek tot correctie politiegegevens
Appellant verzocht de korpschef om inzage en correctie van politiegegevens die op hem betrekking hebben. Na gedeeltelijke gehoor aan het verzoek volgden meerdere besluiten en een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de beroepen van appellant ongegrond verklaarde. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onjuist had geoordeeld en dat de politie onterecht gegevens aan zijn dossier toevoegde.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het correctierecht op grond van artikel 28 Wpg Pro niet ziet op meningen of indrukken, maar op feitelijke onjuistheden die aannemelijk gemaakt moeten worden door appellant. Hoewel appellant stelde bewijs te hebben, heeft hij geen concrete stukken overgelegd. Ter zitting kon hij niet duidelijk maken welke gegevens onjuist zouden zijn.
De Afdeling achtte de mutaties opgesteld door opgeleide politieambtenaren betrouwbaar en oordeelde dat niet op basis van onbewezen stellingen gegevens kunnen worden gewijzigd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.