ECLI:NL:RVS:2018:941
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van besluit alcoholslotprogramma
In deze zaak heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) het verzoek van appellante om terug te komen van een besluit van 21 maart 2013 afgewezen. Dit besluit betrof de ongeldigverklaring van haar rijbewijs en de verplichting tot deelname aan een alcoholslotprogramma. Appellante stelde dat het CBR vanwege een arrest van de Hoge Raad van 3 maart 2015 niet in redelijkheid had kunnen weigeren terug te komen van het besluit, omdat sprake zou zijn van dubbele bestraffing.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat het arrest van de Hoge Raad niet kan worden aangemerkt als een nieuw feit of omstandigheid en dat het besluit van het CBR niet evident onredelijk is. Het arrest van de Hoge Raad stelt dat strafvervolging wegens rijden onder invloed niet is toegestaan indien al een onherroepelijke verplichting tot deelname aan een alcoholslotprogramma is opgelegd, maar dit betekent niet dat het besluit van het CBR niet had mogen worden genomen.
De Afdeling concludeert dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het CBR het verzoek om terug te komen van het besluit mocht afwijzen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.