ECLI:NL:RVS:2018:93
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor verwijderen niet-conforme dakterrasaansluiting in Amsterdam
Het algemeen bestuur heeft aan appellant een last onder dwangsom opgelegd om het dakterras aan de achterzijde van zijn woning in Amsterdam te verwijderen of in overeenstemming te brengen met de omgevingsvergunning. De afscheiding bestond uit plantenbakken met glasplaten, die niet voldoen aan de redelijke eisen van welstand volgens de welstandscommissie. Appellant stelde dat de plantenbakken geen bouwwerk zijn en vergunningvrij geplaatst mochten worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de plantenbakken wel als bouwwerk gelden omdat ze bedoeld zijn om langdurig op dezelfde plaats te staan en met elkaar verbonden zijn. Ook is het hekwerk geen erf- of perceelsafscheiding zoals bedoeld in het Besluit omgevingsrecht, waardoor geen vergunningvrijstelling geldt. Het algemeen bestuur was daarom bevoegd tot handhaving.
Appellant voerde aan dat er concreet zicht op legalisatie was en dat het algemeen bestuur onterecht het advies van de welstandscommissie volgde zonder een gewogen oordeel. De voorzieningenrechter verwierp dit, stellende dat het hekwerk onvoldoende transparant en ondergeschikt is volgens de welstandsnota en dat het algemeen bestuur het advies terecht heeft gevolgd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.