ECLI:NL:RVS:2018:854
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag 2016 wegens onvoldoende bewijs huurbetaling
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om het voorschot huurtoeslag over 2016 op nihil vast te stellen, omdat zij niet heeft aangetoond de huur volledig te hebben betaald aan haar moeder, van wie zij de woonruimte huurt.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, omdat de door haar overgelegde kwitanties en bankafschriften onvoldoende bewijs vormen van daadwerkelijke huurbetalingen. De betalingsregeling met haar moeder en de latere vastlegging van de schuld maken dit niet anders.
De Raad van State overweegt dat de huurtoeslag afhankelijk is van de verschuldigde huurprijs en dat de aanvrager in beginsel moet aantonen dat deze huur daadwerkelijk is betaald. De aangevoerde omstandigheden bieden geen aanleiding voor een uitzondering op dit uitgangspunt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.