ECLI:NL:RVS:2018:811
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris heeft op 6 april 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 25 januari 2018 vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand. De vreemdeling heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers gedurende de duur van het hoger beroep, gegrond is. Dit is mede gebaseerd op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De staatssecretaris is veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €501,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde. De voorlopige voorziening voorkomt uitzetting totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.