ECLI:NL:RVS:2018:787
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek Nederlanderschap wegens ontbreken onafgebroken hoofdverblijf in het Koninkrijk
De minister van Veiligheid en Justitie wees het verzoek van appellant om Nederlanderschap te verlenen af, omdat appellant niet onafgebroken vijf jaar hoofdverblijf in het Koninkrijk had. Hoewel appellant sinds 2002 in het bevolkingsregister van Sint Maarten stond ingeschreven, studeerde zij vanaf 2013 voltijds in de Verenigde Staten, waardoor haar centrum van activiteiten daar lag.
Appellant betoogde dat het volgen van een studie in het buitenland niet automatisch betekent dat het hoofdverblijf is verplaatst, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en de uitleg van het begrip hoofdverblijf in het vreemdelingenrecht. De Raad van State oordeelde echter dat de naturalisatieprocedure een hogere eis stelt aan daadwerkelijke inburgering en verblijf in het Koninkrijk, en dat het centrum van activiteiten bepalend is.
De Raad bevestigde dat het centrum van activiteiten van appellant in de Verenigde Staten ligt, gelet op haar studie, slaapplaats en vrijwilligerswerk aldaar. Het bezwaar dat appellant niet is gehoord over bepaalde omstandigheden faalde, omdat zij geen relevante nieuwe feiten aanvoerde en de gebruikte informatie niet werd betwist.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank die het beroep van appellant afwees. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om Nederlanderschap is afgewezen wegens het ontbreken van onafgebroken vijf jaar hoofdverblijf in het Koninkrijk.