ECLI:NL:RVS:2014:4048
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens onjuiste hoofdverblijfvaststelling
De staatssecretaris heeft op 12 maart 2013 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling met terugwerkende kracht tot 1 september 2011 ingetrokken wegens het vestigen van het hoofdverblijf buiten Nederland. De vreemdeling volgde vanaf die datum een voltijdopleiding in Portugal en had haar adreswijziging doorgegeven aan de studiefinancieringsinstantie. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd dat de vreemdeling haar hoofdverblijf daadwerkelijk buiten Nederland heeft gevestigd. De omstandigheid dat de vreemdeling meer dan zes maanden aaneengesloten in Portugal verbleef voor studie, is op zichzelf onvoldoende om een hoofdverblijfverplaatsing aan te nemen zonder nadere feiten en omstandigheden. De motivering van de staatssecretaris is ondeugdelijk omdat zij niet heeft onderkend dat een voltijdopleiding in het buitenland niet automatisch tot vestiging van het hoofdverblijf leidt.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Hiermee wordt het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering over het hoofdverblijf.