ECLI:NL:RVS:2018:734
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 3 januari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 februari 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Gezien de omstandigheden en de eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350) is het verzoek toewijsbaar. De vreemdeling wordt daarom beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is afgerond.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan de vreemdeling, ter hoogte van € 501,00, welke kosten volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 28 februari 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.