ECLI:NL:RVS:2018:688
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering hogere uitkering uit Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende medische onderbouwing PTSS
Op 10 juli 2014 werd appellante slachtoffer van mishandeling waarbij zij psychisch en lichamelijk letsel opliep, waaronder een gebroken neus. Zij vroeg een uitkering aan bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG). De CSG kende haar op 15 april 2015 een uitkering van €1.000 toe, passend bij letselcategorie 1 van de Letsellijst. Appellante betoogde dat haar letsel ernstiger was, met een diagnose van PTSS en langdurige behandeling, en dat een hogere letselcategorie (categorie 2) van toepassing was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De medische informatie was onvoldoende om een hogere letselcategorie toe te kennen. De psycholoog had wel PTSS vastgesteld, maar gaf geen duidelijkheid over de begindatum, frequentie en resultaten van de behandeling. De CSG-medisch adviseur concludeerde dat de informatie summier en onvolledig was, waardoor geen aanleiding bestond de uitkering te verhogen.
De Raad van State benadrukt dat een uitkering uit het schadefonds een solidariteitsuitkering is die zorgvuldig moet worden verantwoord. De toetsingscriteria uit de Letsellijst vereisen een behandeling van gemiddelde duur en frequentie (ongeveer een half jaar met circa één behandeling per twee weken) en ernstige beperkingen in het dagelijks leven. Appellante heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Ook de verwijzing naar een civiele uitspraak over smartengeld is niet relevant voor de hoogte van de uitkering uit het schadefonds.
De Raad van State concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig is voorbereid en voldoende is gemotiveerd. Er is geen sprake van een onevenredig nadeel voor appellante. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Appellante ontvangt derhalve een uitkering van €1.000 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de toekenning van een uitkering van €1.000 en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende medische onderbouwing voor een hogere letselcategorie.