ECLI:NL:RVS:2018:599
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen besluiten schuldhulpverlening Amsterdam
Appellant is in 2014 toegelaten tot schuldhulpverlening via de gemeente Amsterdam en werd bijgestaan door stichting Sezo. In 2016 ontving appellant brieven waarin werd meegedeeld dat schuldsanering niet mogelijk was en dat het dossier schuldhulpverlening gesloten zou worden vanwege gebrek aan contact.
Het college van burgemeester en wethouders verklaarde de daaropvolgende bezwaren niet-ontvankelijk omdat de brieven geen besluiten met rechtsgevolg zouden zijn. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. Appellant stelde dat de schuldhulpverlening feitelijk was beëindigd en dat het college onzorgvuldig had gehandeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant inmiddels door een andere schuldhulpverlener wordt bijgestaan en dat het college heeft toegegeven dat appellant zich opnieuw bij Sezo kan melden. Hierdoor ontbreekt actueel en reëel belang bij inhoudelijke beoordeling van de hoger beroepen.
De hoger beroepen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard. Wel veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht, omdat het college aan appellant is tegemoetgekomen door de onduidelijkheid in de communicatie te herstellen.
Uitkomst: De hoger beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.