ECLI:NL:RVS:2018:563
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand bij intrekking ontheffing arbeidsverplichtingen Participatiewet
Bij besluit van 19 september 2016 wees de raad een aanvraag van appellante af voor een toevoeging voor rechtsbijstand in een bezwaarprocedure tegen het college van burgemeester en wethouders van Venlo over de intrekking van een ontheffing van arbeidsverplichtingen op grond van de Participatiewet. De afwijzing werd gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 12 december 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond op 30 juni 2017.
Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de werkzaamheden waarvoor de eerdere toevoeging was verleend (ontheffing re-integratieplicht) hetzelfde rechtsbelang betroffen als de aanvraag voor de intrekking van de ontheffing arbeidsverplichtingen. Zij betoogde dat het om verschillende rechtsvragen en procedures ging, en subsidiair dat er sprake was van behandeling in meer dan één instantie.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat volgens de Wet op de rechtsbijstand en het beleid van de raad per rechtsbelang in beginsel één toevoeging wordt verstrekt, tenzij sprake is van behandeling in meer dan één instantie. De Afdeling bevestigde dat beide procedures nauw verweven zijn, hetzelfde feitencomplex betreffen en hetzelfde rechtsbelang dienen, namelijk het verkrijgen van vrijstelling van arbeids- en re-integratieverplichtingen onder de Participatiewet. De rechtbank had dan ook terecht geoordeeld dat geen sprake was van diversiteit van procedures of meerdere instanties.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een nieuwe toevoeging omdat het rechtsbelang reeds door een eerdere toevoeging was gedekt.