ECLI:NL:RVS:2018:554
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Herroeping ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende inzichtelijke alcoholanamnese
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig wegens alcoholmisbruik na een aanhouding met een bloedalcoholgehalte van 2,02 promille. Een psychiatrisch rapport concludeerde dat appellant geen betrouwbare alcoholanamnese gaf en geen stopdatum kon worden vastgesteld, waarop het CBR het rijbewijs ongeldig verklaarde.
Appellant betwistte deze conclusie en voerde aan dat zijn alcoholgebruik niet sporadisch was en dat de psychiater onvoldoende rekening hield met zijn verklaring en de feitelijke omstandigheden van de aanhouding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde anders.
De Raad van State vond dat het psychiatrisch rapport onvoldoende inzicht gaf in de onbetrouwbaarheid van de alcoholanamnese, dat de psychiater onvoldoende rekening hield met de verklaring van appellant en de politieconstateringen, en dat het CBR het rapport niet ten grondslag had mogen leggen aan het besluit. De Raad stelde daarom een stopdatum vast op 13 november 2016 en bepaalde dat appellant een nieuw onderzoek kan aanvragen zonder te wachten tot maart 2018.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd, en het besluit van het CBR herroepen voor zover het geen stopdatum vermeldde. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt herroepen en een stopdatum vastgesteld op 13 november 2016.