ECLI:NL:RVS:2018:549
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris heeft op 10 mei 2017 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 9 januari 2018 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld door de vreemdeling.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet zou worden voordat het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen gedurende die periode.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.