ECLI:NL:RVS:2018:534
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 18 december 2017 heeft de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 15 januari 2018 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die opschortende werking toekent aan het hoger beroep. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie zonder bijzondere belangen aan te voeren die onmiddellijke uitvoering van het vonnis noodzakelijk maken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat niet kan worden uitgesloten dat het hoger beroep zal leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist. De termijn van artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening wordt opgeschort vanaf de dag na deze uitspraak.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.