ECLI:NL:RVS:2018:525
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vestigingsalternatief in Bagdad bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 november 2016 de aanvraag van een Koerdische vreemdeling uit Kirkuk om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht tot een nieuw besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. In hoger beroep stond centraal of het vestigingsalternatief in Bagdad, waar een Koerdische gemeenschap is, voldoende was gemotiveerd en of de vreemdeling zich daar redelijkerwijs kon vestigen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris dit deugdelijk had onderbouwd, mede gelet op eerdere verklaringen van de vreemdeling over zijn beheersing van de Arabische taal.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 13 februari 2018.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd vanwege voldoende gemotiveerd vestigingsalternatief in Bagdad.