ECLI:NL:RVS:2018:484
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor hekwerk op perceel te Rijnsburg bevestigd
Het college van burgemeester en wethouders van Katwijk weigerde op 23 april 2014 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een hekwerk op een perceel te Rijnsburg. Appellanten, mede-eigenaren van het perceel, maakten bezwaar tegen deze weigering, waarvan het bezwaar van appellante sub B onterecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van appellanten, maar stelde dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en onvoldoende was gemotiveerd waarom het niet voldeed aan de beleidsregels. De Raad van State stelt vast dat appellante sub B wel als belanghebbende moet worden aangemerkt en vernietigt het besluit dat haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde.
De inhoudelijke beoordeling van het bouwplan blijft ongewijzigd: het hekwerk voldoet niet aan de bestemmingsplanregels en beleidsregels, onder meer omdat het hekwerk aan de linkerzijde geen erfafscheiding is en de poort niet voldoet aan de vereisten voor afwijking. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat geen sprake is van gelijke gevallen.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor het bezwaar van appellante sub B, maar de weigering van de omgevingsvergunning blijft in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard voor het bezwaar van appellante sub B, maar de weigering van de omgevingsvergunning blijft in stand.