ECLI:NL:RVS:2018:453
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had bij besluit van 11 april 2017 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 21 december 2017 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat het hoger beroep was beslist, en om gedurende deze periode opvang en verstrekkingen te ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gegrond was, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3250). De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd op 8 februari 2018 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier mr. M.E.E. Wolff.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en krijgt recht op opvang en proceskostenvergoeding.