ECLI:NL:RVS:2018:448
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had bij de staatssecretaris een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 19 december 2017 werd afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 25 januari 2018 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende de duur van het hoger beroep in het licht van eerdere jurisprudentie toewijsbaar was. De staatssecretaris werd daarnaast veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt voor rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en legde aan de staatssecretaris een proceskostenveroordeling van €501 op, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand. De uitspraak werd openbaar gedaan op 8 februari 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.