ECLI:NL:RVS:2018:4309
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 20 april 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep van de vreemdeling ongegrond op 22 november 2018. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende de periode van het hoger beroep, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die door de vreemdeling waren gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en legde een proceskostenveroordeling van €501,00 op aan de staatssecretaris, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.