ECLI:NL:RVS:2018:4228
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 18 mei 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen, de vreemdeling onmiddellijk uitgezet en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit op 12 december 2018 ongegrond verklaarde. Tegen dit vonnis stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang te garanderen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.B.M. Hent op 20 december 2018, in aanwezigheid van griffier I. Helmich. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de beroepsprocedure beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.