ECLI:NL:RVS:2018:4224
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf, welke door de staatssecretaris op 7 juli 2016 werd afgewezen. Hiertegen werd bezwaar gemaakt dat op 11 januari 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep eveneens ongegrond op 10 april 2018. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris bij de beoordeling van de aanvraag niet de nieuwe vaste gedragslijn heeft gevolgd die sinds 23 november 2017 geldt voor nareisaanvragen. Met name heeft de staatssecretaris nagelaten onofficiële documenten te betrekken bij de beoordeling van de identiteit van de vreemdeling en haar familierelatie met de referent, wat leidt tot een ondeugdelijke motivering van het besluit.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 11 januari 2017, en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 19 december 2018.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is vernietigd en het beroep gegrond verklaard.