ECLI:NL:RVS:2018:4134
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik na twee onderzoeken
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellante ongeldig op grond van alcoholmisbruik, vastgesteld na twee psychiatrische onderzoeken. Appellante was op 22 april 2016 en 16 april 2017 aangehouden voor rijden onder invloed met hoge ademalcoholwaarden. Het CBR legde een geschiktheidsonderzoek op, dat op 15 juli 2017 en 2 oktober 2017 door twee psychiaters werd uitgevoerd, waarbij beide rapporten alcoholmisbruik vaststelden.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit en stelde beroep in bij de rechtbank Gelderland, die het beroep ongegrond verklaarde. Zij voerde onder meer aan dat het tweede onderzoek niet onafhankelijk was omdat de arts kennis had van het eerste rapport en vooraf aangaf niet van oordeel te zullen afwijken. Ook stelde zij dat het besluit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro vanwege dubbele bestraffing.
De Raad van State oordeelde dat het CBR zich op beide rapporten mocht baseren en dat het tweede onderzoek onafhankelijk en objectief was. De ongeldigverklaring van het rijbewijs is geen strafrechtelijke maatregel en vormt geen dubbele bestraffing naast de strafbeschikking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante tegen de ongeldigverklaring van haar rijbewijs wegens alcoholmisbruik wordt ongegrond verklaard.