ECLI:NL:RVS:2018:3955
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen stopzetting kinderopvangtoeslag 2013
De Belastingdienst/Toeslagen heeft in 2014 de kinderopvangtoeslag van appellante over 2013 stopgezet wegens onvoldoende bewijs van betaalde kosten. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank het besluit in stand. Tijdens hoger beroep heeft de Belastingdienst een nieuw besluit genomen waarin de toeslag werd vastgesteld op €9.363,00, inclusief rente. Appellante handhaafde haar hoger beroep tegen dit nieuwe besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk is, omdat het nieuwe besluit de eerdere beslissing vervangt. Het geschil spitste zich toe op het aantal gewerkte uren van appellante als zelfstandige, relevant voor de toeslagberekening. Appellante kon niet aantonen hoeveel uren zij daadwerkelijk werkte, waardoor het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond werd verklaard.
De Afdeling veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante, vanwege het nemen van het nieuwe besluit tijdens de procedure. Hiermee werd het hoger beroep definitief afgesloten met toekenning van een deel van de toeslag over 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.