ECLI:NL:RVS:2018:3929
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens tatoeages
De staatssecretaris heeft op 20 februari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 31 oktober 2018 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling oordeelde dat de eerste grief van de vreemdeling niet tot vernietiging van de uitspraak kon leiden, omdat deze geen vragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De tweede grief betrof de betekenis van de tatoeages van de vreemdeling en de mogelijkheid deze te bedekken. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin deze kwestie was beantwoord en stelde dat het hoger beroep kennelijk gegrond was.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, verklaarde het beroep gegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.