ECLI:NL:RVS:2018:3928
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris heeft op 19 oktober 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 16 november 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G. van der Wiel op 30 november 2018, in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis. Hiermee wordt de vreemdeling beschermd tegen uitzetting gedurende de procedure en wordt een billijke proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.