ECLI:NL:RVS:2018:3924
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
De vreemdeling met de Turkse nationaliteit had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel zelfstandig ondernemer te zijn. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing van het ondernemingsplan en weigerde advies te vragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO).
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris ten onrechte geen advies had gevraagd aan de RvO, mede omdat de vreemdeling met verkoopfacturen had aangetoond dat hij werkzaamheden verrichtte voor een breed netwerk. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met het feit dat het om een startende onderneming ging en dat alle vereiste stukken uit de Vreemdelingencirculaire 2000 moesten worden overgelegd.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte het advies aan de RvO verplicht achtte zonder dat het ondernemingsplan voldeed aan de eisen, met name een markt- en concurrentieanalyse toegespitst op de eigen dienst. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
De Afdeling oordeelde tevens dat de staatssecretaris terecht van een hoorzitting in bezwaar kon afzien, omdat het bezwaarschrift onvoldoende nieuwe feiten of argumenten bevatte die tot een ander besluit konden leiden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.