ECLI:NL:RVS:2018:3905
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning bouw woongebouw met parkeergarage in Bloemendaal
Het geschil betreft de omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal voor het bouwen van een woongebouw met vier appartementen en een ondergrondse parkeergarage aan de Hartenlustlaan 2, 2a, 4 en 4a te Bloemendaal. Omwonenden maakten bezwaar tegen de vergunning vanwege mogelijke aantasting van hun woon- en leefklimaat en vermeende strijd met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat het bouwplan deels in strijd was met het bestemmingsplan, met name het ondergrondse deel van de hellingbaan dat binnen de bestemming 'Wonen' valt, omdat ondergrondse parkeergarages daar zonder aanduiding 'Parkeergarage' niet zijn toegestaan. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Zowel appellanten als het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State bevestigt dat appellant sub 2B geen belanghebbende is vanwege de afstand en het ontbreken van directe nadelige effecten. Verder oordeelt de Afdeling dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het ondergrondse deel van de hellingbaan binnen de bestemming 'Wonen' in strijd is met het bestemmingsplan. De overige onderdelen van het bouwplan zijn niet in strijd met het bestemmingsplan. Ook het verkeersveiligheidsaspect van de uitrit is voldoende gewaarborgd door voorschriften en nadere toetsing.
Het college heeft bij het nieuwe besluit op bezwaar een belangenafweging gemaakt en de omgevingsvergunning opnieuw verleend, waarbij het belang van een goede ontsluiting zwaarder woog dan de beperkte nadelige gevolgen voor omwonenden. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de vergunning, waarmee het bouwplan kan worden gerealiseerd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning voor het bouwplan en verklaart het hoger beroep ongegrond.