ECLI:NL:RVS:2018:3792
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging definitieve vaststelling kindgebonden budget ondanks betwisting toeslagpartnerschap
Appellante ontving in 2015 voorschotten kindgebonden budget, aanvankelijk berekend op €4.313,00, maar definitief vastgesteld op €2.534,00 door de Belastingdienst/Toeslagen. Zij maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat haar toeslagpartner niet op het adres in Nederland woonde, maar in Turkije. De rechtbank oordeelde dat de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) leidend is en dat de Belastingdienst terecht uitging van de inschrijving van de toeslagpartner op hetzelfde adres als appellante.
In hoger beroep betoogde appellante dat de toeslagpartner feitelijk niet op het adres woonde en dat de terugvordering onterecht was. De Afdeling overwoog dat de Belastingdienst geen wettelijke bevoegdheid heeft om af te wijken van de BRP-inschrijving en dat terugvordering wettelijk verplicht is bij een definitieve vaststelling die leidt tot een terug te vorderen bedrag. Daarnaast faalde het betoog dat de wettelijke regeling discriminatoir zou zijn, omdat de wetgever een onderscheid maakt tussen bloedverwanten in de eerste en tweede graad, wat objectief gerechtvaardigd is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de definitieve vaststelling van het kindgebonden budget op €2.534,00 wordt bevestigd.